Home » Over ons » Verhalen 05
Zaterdag 24 juni 2017 

Verslag Transpyreneeën 2015

Transpyreneeën dag 1

Na een goede nachtrust stonden we allemaal kwik en monter aan de start deze ochtend. Met de precisie van een Zwitsers horloge gaf Stephan het startschot om 9u. Op het programma stond een rit met 4 beklimmingen een aankomst bergop. Al bij de eerste helling werd duidelijk dat er sterke, heel sterke en buitengewoon sterke deelnemers mee zijn. Over die laatste categorie kan ik weinig zeggen, want die zag ik enkel aan de voet, en op de top, volledig gerecupereerd. Het warme weer (het voelde aan als een temperatuurflirt met 40 graden) zorgde ervoor dat het water rijkelijk vloeide. De ene deelnemer had er al iets meer last van dan de andere, maar samen sleurden we elkaar erdoor. Na een pasta-maaltijd rond de middag konden we beginnen aan de laatste 60 kilometer van de tocht, in deze 60 km lag nog een 45 km klimmen (alleen al de slotklim was 30 kilometer). Het tempo lag direct deftig, maar gelukkig was er afgesproken om tot halfweg niet à blok te rijden, gelukkig maar. Toen de grote kanonnen (categorie buitengewoon sterk) er van door gingen was het echter gedaan met het in de wielen zitten. Zelf reed ik van kramp tot kramp, tussendoor ging het nog behoorlijk goed. Na 150 km kwamen we behoorlijk vermoeid aan. De meesten hadden serieus afgezien. Net na de aankomst van de laatste begon het te regenen, dus gelukkig was iedereen binnen. De Pas de la Case zullen we niet snel vergeten. Morgen vertrekken we met een klim om uiteindelijk na 4 km af te dalen. In tegenstelling tot vandaag zijn er meer daalmeters dan klimmeters, en dat is wel welkom.

Dag twee van onze transpyreneeën-expeditie.

En ook dag twee mocht er zijn. Hoewel minder kilometer zorgde vooral col Port de Canto in Spanje in de namiddag voor heel wat peperbollekes in de dagrit. De rit bracht ons van Pas de la Case (Andorra) naar Liavorsi (Spanje). In de voormiddag was het vrij aangenaam rijden, zelfs al was het van bij het begin klimmen geblazen aan 6 à 7%. De eerste top was deze in Andorees grondgebied, nl Port d´Envalira. Daar werd een groepsfoto genomen vooraleer de afdaling werd aangevat. Na de afdaling van enkele kilometer kwam de volgende klim voor de wielen geschoven, de Col d´Ordino. Geen ordinaire beklimming, al was het maar een eerder korte tot nu toe met zijn 9 km lengte. Na die klim daalden we af om zo stilaan Andora te verlaten. Na een goed stuk verder afgedaald te zijn op Spaans grondgebied stopten we om te middagmalen. Sabrina en Stephan van Velotour sloofden zich weer helemaal uit voor onze groep. We kampeerden eventjes onder een afdak om beschut te zijn tegen de zon die dan toch wel goed opkwam. Bij het buitenrijden van onze schaduwplaats wisten we eigenlijk dat het weer bingo zou gaan zijn. Nog enkele kilometer fietsen om dan een klim van 25 km aan te vatten, in te delen in 3 groten stukken. Een eerste stuk was er één van 7 à 9% met uitschieters tot zelfs 12%. Een tweede stuk kenmerkte zich met hele stukken aan 2 à 4% en zelfs stukjes afdaling met aan het slot daarvan een grote afdaling wat op zich nooit goed nieuws inluidt. En inderdaad het laatste stuk was er weer één met een beginstuk aan 7 à 8%. Op zich al lastig maar in vlakke zon met temperaturen tot 37° C is het nog zwaarder dan het al is. En toch heeft iedereen het weer deftig kunnen volbrengen om in Hotel Del Rei in Liavorsi te kunnen uitrusten. Op naar morgen, en gezien het zeer zware programma morgen, mag het weer gerust een graadje minder zijn ;-)

Transpyreneeën, dag 3

Naar de derde dag werd er door velen met enig argwaan gekeken. De koninginnenrit stond namelijk op het programma, met 4 zware beklimmingen die bij het wieler minnend volk een belletje deed rinkelen. De eerste kilometers begonnen nog rustig en werden dus ook in groep afgewerkt, maar eens we aan de Port de Bonaigua begonnen lag het al snel uiteen. De Bonaigua is een prachtige klim, met een heel pak haarspeldbochten. Officieel 22 km klimmen, maar als we de licht hellende aanloop erbij rekenen, dan zat er al 35 kilometer op de teller. Voordeel van hoog te klimmen: je mag dalen. In dit geval 43 kilometer waarna we de Col de Pontillion, een klim van 8 kilometer tussen de bomen. Eindelijk vonden we de schaduw die al een paar dagen beloofd werd. Op de top was het zelfs mistig, wat het ook wat frisser maakte. Na een afdaling met steentjes (waar we hier al veel van gehad hebben) vond de middagstop in Bagnères de Luchon plaats. Stephan had voor een lekkere salade met tonijn gezorgd, die zich vlot liet verorberen. We waren toen nog maar halfweg in aantal cols. Met de rustige klimmers vertrokken we iets vroeger richting Peyresourde. De temperatuur lag intussen al dicht bij de 40 graden, en het voelde zelfs warmer. De klim op zich mocht er ook wel zijn, al had je veel lange rechte stukken die eindeloos leken en waren. Met ook de Peyresourde op ons palmares konden we terug afdalen om de laatste hindernis van de dag aan te vallen: Col d´Aspin. Een col in volle zon met gelukkig al iets meer bochten. Het uitzicht was hier ook erg mooi, en daarvoor zijn we hier toch ook wel een beetje (veel). Iedereen reed naar boven, de één al wat meer vloekend dan de andere, maar zoals het hoort werd er in groep gewacht op de top. Samen daalden we nog 20 kilometer af tot ons hotel in Bagnères de Bigorre. Vanaf hier lacht de Tourmalet ons reeds toe. Maar goed, dat is voor morgen. Een korter ritje, wat ook eens deugd zal doen!

Dag vier van onze Transpyreneeën.

Hoewel we gisteren naar verluidt de zwaarste rit van onze vijfdaagse zouden hebben verteerd, hadden we vandaag toch ook een rit te verduren die vrij zwaar was. Vanuit het hotel van gisteren hadden we reeds enkele kilometer zachtjesaan klimmen tot aan het beginpunt van de eerste klim van de dag. En die eerste klim sprak meteen tot de verbeelding. Namelijk de Col du Tourmalet. De eerste paar kilometer waren vrij goed te doen, daarna klom het hellingspercentage op naar waarden van 8 à 9% en dat bleef ook duren tot aan de top. Een extra kruidentuiltje tussenin aan 10 à 11% zat er nog tussen. Daarna was het afdalen. ´s Middags konden we bivakkeren aan een Franse fietswinkel om daar de geneugten van Velotour te kunnen verorberen. Na het middagmaal stond de Col du Souler op het programma. Na een eerste paar kilometer aan 8% ging het een paar kilometer aan slechts 1 à 2%. Zo kwam je door een klein dorpje en draaiden we na het dorpje rechts naar omhoog en je wist meteen dat daar het mooie liedje gedaan was. Vanaf dat punt was het 7, 8, 9 à 10% Een tussenstukje van 14% maakte het extra pittig. Ook deze Soulor bleef maar duren. We reden ook door de laaghangende wolken. Bovenop de Soulor zagen we geiten en veel wolken. Van daar uit een kleine afdaling om zo de slotklim van de col d´Aubisque aan te vatten. Deze lag voor het merendeel van het deelnemersveld nog net boven de wolken. Na een lange afdaling kwamen aan in Hotel de la Poste waar we lijf en leden weer konden laten recupereren. Op naar de slotrit morgen.

Dag vijf van onze Transpyreneeën.

´s morgens vroeg kregen we voor het eerst frisse temperatuurwaarden en regen. Dit luidde meteen een getwijfel in over de fietskledij. De rit moest ons van Eaux-Bonnes naar Saint Jean Le Vieux brengen. Na al wat de voorbije dagen onder de wielen schoof, was dit zowat de rit waar niet zo heel velen écht zin in hadden, een gevoel dat door de neervallende lichte regen nog versterkt werd. En toch, je doet het of je doet het niet. Dus begonnen we de rit door Frans Baskenland met nog een laatste deel afdaling van de Col d´Aubisque. Na 11km kregen we de eerste van 3 cols uit deze slotrit voor de wielen, nl. de Col de Marie Blanque. Met zijn elf kilometer klimmen zeker niet de langste klim van de vijfdaagse. Het venijn zat in het begin met gemiddelde hellingspercentages van 9 à 10 percent. Daarna volgde een vlakker gedeelte en in het tweede deel nog een stuk van een dikke 9%. Na de afdaling stond een behoorlijk lang stuk uitgetekend op gps dat lichtgolvend was en dat ons bracht aan de voorlaatste klim, die gerust een kanjer kan genoemd worden. Een beklimming van 20 km in 2 delen opgesplitst in het plaatsje Larrau. Het begon vrij licht maar al vlug liep het hellingspercentage op naar 9, ja zelfs 12 à 13 % Na het plaatsje Larrau kwam er een heel stuk afdaling, vooraleer we het tweede en moordend stuk van de Col Bargaguy aan te vatten. Dat was véél minder. Heel snel klommen we traag aan 6, 7, 8 en 9 % Maar het venijn zat in het laatste deel van deze Bargaguy. Gemiddelde klimpercentage van 12,5% werden aangegeven op de bordjes langs de weg, maar de Garmin gaf waarden tot 16% aan. Neem het gerust aan dat het ook niet voor heel efkes was en wees ervan overtuigd dat het verdomd lastig is. Maar goed, na voor duw-, trek- en zwoegwerk kwam iedereen boven. Nog één stuk afdaling en nog één puistje, zoals Sabrina van Velotour het noemde. De Col met de bijna onuitspreekbare naam Col de Burdincurutchea. Na al wat we hiervoor gedaan hadden was een beklimming van 2,5 km inderdaad maar een puistje. Hierna was het nog afdalen naar het laatste hotel waar iedereen moe maar terecht heel trots op zijn prestatie, de fiets kon laten voor wat hij was. De mensen van Velotour laadden zelfs de fietsen in en wij moesten alleen onszelf verzorgen. Ontspannen hebben we ons dan ook gedaan voor en na het avondmaal, maar dat doen we hier niet uit de doeken. Alleen misschien nog meegeven dat er ginds een lokaal feest aan gang was. De transpyreneeën hebben ons in totaal meer dan 672 km, waarvan meer dan 232 klimkilometers die verdeeld waren over 17 cols gebracht en een hele hoop nieuwe fietsvrienden.

Bedankt allemaal en zeer bedankt Stephan en Sabrina van Velotour.

Dit verslag werd opgemaakt door De Ruyck Wouter.