Home » Over ons » Verhaal: Fiets Oh Ja
Zaterdag 24 juni 2017 

Verhaal: Fietsen Oh Ja

Moeizaam ploeter ik verder. De zon schittert in mijn gezicht. Maar in de verte zie ik het dorp al liggen. Daar moet het hotel zijn.
Terwijl ik verder zwoeg, krijg ik een visioen van een lekkere douche en lekker eten. Wat moet dat heerlijk zijn na al die zware inspanningen, die nu al meer dan zes uren duurt. De gedacht dat ik er ooit nog zou geraken, had ik al lang laten varen en het enige waar ik nu nog naar verlang is een warme douche, een stevige maaltijd en een frisse pint. Verlangend kijken we rond als we het stadje binnen rijden.
In de verte zie ik een uitgangbord met een biermerk. Dat zal het dan wel zijn. Gelukkig, de ellende is bijna voorbij.

Als ik dichterbij kom zie ik alleen het verkeerde hotel, en het ziet er bovendien verlaten uit. De deur is gesloten. Verwacht men geen klanten? Of is het vandaag hun vrije dag? Op die vragen krijg ik geen antwoord want er is nergens iemand te bespeuren. In arren moede stap ik maar verder op mijn fiets, totdat ik een schimmig figuur in haar garagepoort ontwaar. In mijn beste Frans probeer ik aan die dame te vragen waar het hotel is, waar we moeten zijn. Le Rouge Gazon? Verbijsterd kijk de dame me aan. Nee dat is hier niet. In dat ander dorp ginds heel ver en lang omhoog, circa 11 km, maar zeer lastig. Verslagen maar ook argwanend, reageer ik met 'weet u dat zeker?' Ja de dame weet het zeker.

Mijn ontreddering moet zijn opgevallen. Merci beaucoup, weet ik er nog net uit te persen, waarna ik al scheldend op mijzelf 180 graden draai en in de andere richting begin te fietsen, mijn vrienden tegemoet. Ik hoor de dame nog roepen, het is de andere richting uit, maar daar besteed ik geen aandacht meer aan.

Mijn grootste zorg is nu, hoe moet ik dat aan mijn fietsvrienden uitleggen? Ik had hun reactie erger verwacht. Maar het doet me niet veel meer. Schelden doe ik ook niet meer. In een soort verdoving fietsen we verder, de berg op. En als we een uur later boven komen, zien we een hotel, ja, dat moet het zijn want het staat er zo alleen. Direct, ik zat nog op mijn fiets, was er commentaar, de kamers waren niet in orde. Met vierentwintig op één kamer, en Christine bij een vreemde man. Nee dat gaat niet. We zoeken een hotel beneden, kost wat kost.

Gelukkig bleef één van ons met beide voeten op de grond. En na een kwartier was het opgelost, kamers van twee. Maar het hotel doet zijn naam eer aan, want na een gloeiend hete douche, verse kleren en een maaltijd om niet te vergeten, begint voor ons gevoel de zon weer schijnen, en dat is letterlijk het geval. Wat is er mooier dan fietsen, denk ik grijnzend bij mijzelf.

Stephan